Op een bijeenkomst in het Zuid-Afrikahuis in Amsterdam stuitte Bart Luirink bij zichzelf op een onbegrijpelijke lacune: waarom had hij nooit eerder een roman gelezen van Zoë Wicomb? 'Want wat schrijft ze mooi!'
Playing in the Light van de vorig jaar overleden schrijfster Zoë Wicomb (1948 – 2025) maakt de absurditeit van een systeem van raciale rangschikking angstaanjagend tastbaar. Apartheid-Zuid-Afrika kende vier hoofdcategorieën: zwart (‘native’), wit, Indian en kleurling. Wicomb met haar Gricqua achtergrond, werd onder die laatste categorie geclassificeerd. De hoofdpersoon in het verhaal, gepubliceerd in 2006, is, of liever gezegd was, wit.
Marion Campbell wist zich beschermd, en gepriviligeerd op basis van de volgende wetsbepaling: 'A ‘white person’ is a person who is (1) in appearance obviously is a white person and who is not generally accepted as a coloured person; or (b) is generally accepted as a white person and is in appearance obviously not a white person, but does not include any person who for the purposes of classification under this Act, freely and voluntarily admits that he is by descent a native or coloured person unless it is proved that the admission is not based on fact.'
Hoe gek wil je het hebben?
Maar dan staat er een foto in de krant van Patricia Williams, een voormalig verzetsstrijder die voor de Waarheids- en Verzoeningscommissie getuigt over de martelingen die zij in politiedetentie onderging. Marion Campbell, eigenaresse van een reisbureau, herkent in deze bruine vrouw gelaatstrekken die haar doen denken aan Tokkie, de vroegere zwarte huishoudster in het gezin. Het is een beeld dat haar achtervolgt en dat zelfs weerkaatst in de oceaan waarop zij vanuit haar appartement aan het Kaapse Bloubergstrand uitkijkt. Wat volgt is een fascinerende zoektocht naar haar afkomst.
Familiegeheim
Een door haar oude vader zorgvuldig vergrendelt familiegeheim openbaart zich tenslotte; zijn vrouw was de dochter van Tokkie en dientengevolge kleurling. Met hulp van een bevriende ambtenaar lukte het de moeder om zich als wit te registeren. Zo konden de Campbells in de woorden van Zicomb ‘in de donkerste decennia die het land doormaakte in het licht spelen’. Playing in the light, playing white.
De roman, waarvan de titel een knipoog bevat naar Toni Morrison’s Playing in the Dark, ademt het beloftevolle optimisme dat kort na de democratische overgang in 1994 zo sterk in Zuid-Afrika leefde, terwijl de naargeestige echo’s van een tragische tijd erin doorklinken. Er is veel kritiek denkbaar op de Waarheidscommissie, veelal samengevat in het begrip ‘unfinished business’, maar dat de commissie bijdroeg aan het afbreken van raciale classificatie lijdt geen twijfel. Marion Campbell ontleent trots en zelfverzekerdheid aan het moedige verzetswerk van de bruine vrouw in wie zij iets van haar eigen afkomst herkent.
Net zoals de muziek van Amy Whitehouse pas goed tot mij doordrong op de dag van haar dood, zo negeerde ik jarenlang de boeken van Zoë Wicomb, die ik in mijn Zuid-Afrikaanse jaren regelmatig in de boekhandel tegenkwam. Hier past een oprecht mea culpa. Het is dankzij de Boekenclub van het Amsterdamse Zuid-Afrikahuis dat bij mij onlangs de ogen open gingen.
Sleutelroman
Het gesprek werd geleid door Elleke Boehmer, hoogleraar in ‘wereldliteratuur’ verbonden aan de Universiteit van Oxford en schrijfster van de roman Bloodlines (2000) dat zoals in Wicomb’s werk de gewelddadige en complexe werkelijkheid van apartheid onderzoekt. En dat is ook de kern van Boehmer’s toelichting in de boekenclub: zij ziet Playing in the Light als een sleutelroman, vol aanwijzingen die de lezer uitdagen deel te worden van dit onderzoek. De literaire vorm en stijl dwingen tot nadenken over de morele dilemma’s die zich in een tijd van systemische onderdrukking manifesteren. De aarzeling die soms doorklinkt in Boehmer’s beschouwing verleidt de deelnemers aan de boekenclub hun eigen licht op Wicomb’s boek te doen schijnen.
Met Playing in the Light ben ik begonnen aan het inlopen van een achterstand; ik wil nu het volledige oeuvre van de schrijfster lezen. Want wat schrijft ze mooi! Niet het minst de onderkoelde humor, het bijtende sarcasme (witte man zegt tegen zwarte vriend van Marion: 'Wat spreek je goed Engels!'), de hondenfluitjes naar kwesties van huid (Michael Jackson) en biculturalisme (haar vader noemde haar ‘een kleine meermin’), de relativering. Zo schrijft ze over het politieke taalpurisme: 'Nee, het maakt de miesies niet uit. Tegen deze man kun je alles zeggen: outa, miesies; taal is hier niet de beladen kwestie waar ze (Marion, bl) zo bang voor is.'
Van even grote schoonheid zijn de metaforen die verwijzen naar het Kaapse licht, het zuiderlicht, de glinsterende sterrenhemel dat ooit, in de donkerste dagen, de hoop moet hebben levend gehouden.
Terwijl het verleden is ingemetseld in het nu en nog altijd doorwerkt, spreekt uit Playing in the Light uiteindelijk een verleidelijke vrolijkheid. 'Misschien kan ik nu heen en weer blijven bewegen over de (kleurgrenzen) heen, naar verschillende plekken; misschien draait het nieuwe juist daarom – een tijdperk van voortdurende grensoverschrijdingen', schrijft Wicomb.
Zoë Wicomb: Playing in the light, uitg. Umuzi, (Random House), 2006.